Topmanagers kiezen steeds vaker voor eigen onderneming
|
< Back
|
|
7 januari 2011, 10:23 uur | FD.nl Door: Hans Maarsen
Een topbaan in het zakenleven verruilen voor een eigen onderneming. Een groeiend aantal managers waagt de overstap.
Het begint op een trend te lijken: managers van grotere bedrijven die zich op latere leeftijd willen bewijzen als zelfstandig ondernemer. Het gebeurt tot op het niveau van topmannen van beursfondsen. De baan wordt opgezegd en het financiële risico voor lief genomen. 'Wie vroeger de zekerheid van een vast dienstverband bij Unilever of Shell opgaf, werd voor gek versleten. Maar een levenslang arbeidscontract bestaat allang niet meer', zegt Robert De Boeck, directeur van de Haagse participatiemaatschappij Antea. Hij doet overnames in het midden- en kleinbedrijf (mkb) en trekt daarvoor directeuren aan die hun sporen in het grote bedrijfsleven hebben verdiend. Zij worden mede-aandeelhouder en benutten hun ervaring om de onderneming naar hun hoger plan te tillen.
Managementbuy-in
De Boeck heeft zo ongeveer patent op het verschijnsel van de zogenoemde managementbuy-in. 'De eerste transactie deed ik in 1992. Toen moest ik op seminars een hele uitleg geven. Het was een nieuw fenomeen.' Bijna twintig jaar later is sprake van een beproefd recept. Een voorbeeld is Life Hammer, wereldwijde aanbieder van veiligheidshamertjes, tegenwoordig behorend tot de standaarduitrusting van een nieuwe auto. Antea nam deze groothandel in 2002 over van InnoConcepts, de inmiddels failliete uitvindersclub. Om Life Hammer tot een succes te maken had De Boeck een echte verkoper nodig. Die vond hij in de persoon van Jan Franken, afkomstig van matrassenhandel Dunlopillo.
Kriebels voor ondernemen
De animo onder managers om met zelfverdiend geld een bedrijf te kopen en te gaan leiden is groter dan ooit. Het kriebelt bij menigeen, tot in het hoogste echelon. Marcel Zegger gaf er in 2007 op 50-jarige leeftijd de brui aan als bestuurder van het beursgenoteerde textielconcern Gamma Holding, waar toen nog 7000 man werkten. Nu is hij ceo van Pemco International, fabrikant van emaille en coatings. Zijn hartenwens is in vervulling gegaan: een overzichtelijk en niet te groot bedrijf bestieren uit de oude industrie. Zegger zit nu dichter op de dagelijkse bedrijfsvoering dan als Gamma-topman. Het is bijna altijd de kleinere maat die managers doet overstappen. Wouter Schortinghuis besloot in 2008 directeur en mede-eigenaar te worden van iCentre, een keten van Apple-winkels. 'Na banen bij grote retailers als Blokker en TUI wilde ik iets kleinschaligers', verklaarde Schortinghuis eerder in deze krant.
Zorgen voor groei
Ook Peter Hof (44) maakte de stap van groot naar klein. Hij sloot zijn carrière bij Philips en NXP af om afgelopen najaar directeur-grootaandeelhouder te worden bij softwaremaker ItéMedical in Tiel, overigens zonder de hulp van een externe investeerder. Het past bij het stadium waarin deze tien jaar oude onderneming verkeert. De pioniersfase is voorbij en de oprichters scheppen ruimte voor de nieuwe man die voor groei kan zorgen. Dat deze de creatieve geest van zijn voorgangers mist, is geen bezwaar. De directeur van buiten weet als geen ander een verkoopstaf op te tuigen, de export te organiseren en de productontwikkeling op gang te brengen, zoals bij ItéMedical nodig is. Zo heeft investeerder Antea gekozen voor de dertiger Ralf Hovenga (ex-Siemens, ex-Wincor-Nixdorf en ex-ABN Amro) om Pan-Oston te leiden, een leverancier van meubilair voor de winkelkassa. 'Hovenga is geen pionier, dan was hij wel een starter geweest. Hij is juist de man om een bestaand bedrijf verder uit te bouwen.' Min of meer vergelijkbaar is de situatie bij JuicyDetails, exploitant van verssapwinkels. De ondernemers van het eerste uur hebben in 2007 plaatsgemaakt voor nieuwe directeuren-grootaandeelhouders, die nu met steun van Antea aan expansie werken. Dit jaar moet de keten groeien van drie naar achttien vestigingen.
Keuze genoeg
De managers uit het grootbedrijf hebben wat te kiezen bij hun transfer naar het mkb. Naoorlogse ondernemers zijn toe aan hun pensioen. Opvolging binnen de familie is minder vanzelfsprekend dan vroeger. Daar komt bij dat een groeiend aantal directeuren-grootaandeelhouders eerder stopt met werken. 'Dat past in de tijdgeest. Ze willen nog iets anders doen alvorens echt op leeftijd te raken. De meesten nemen afscheid vanaf begin vijftig tot midden zestig', constateert De Boeck. Vooral dit jaar komen naar verwachting veel bedrijven te koop. Eigenaren hebben eerst nog gewacht met verkoop, hopend op gunstiger tijden. Nu de prognoses verbeteren en de banken zich williger tonen met financiering gaat er een stuwmeer leeglopen. Volgens de Antea-bestuurder zullen jaarlijks tienduizenden mkb-bedrijven in Nederland van eigenaar verwisselen, binnen dan wel buiten de familie. 'De timing om bedrijven te kopen is goed. De prijzen zijn gedaald onder invloed van de recessie en het aanbod neemt toe', stelt De Boeck vast.
Informal investors
Wil Antea zijn slag kunnen slaan, dan is een nieuw fonds nodig. De komende maanden gaat De Boeck de boer op om geld op te halen onder 'informal investors', overwegend bestaande uit vermogende (oud)-ondernemers, accountants en advocaten. Tot de vaste kring behoren ondernemers als Jan van Vliet, nazaat uit het familiebedrijf Uniekaas en Henk Olij, oprichter van fietsenwinkel Halfords. Doel is om zo'n euro 10 à euro 15 mln in het laatje te krijgen. De fondsbeheerder kan daarmee een portefeuille van acht à twaalf deelnemingen opbouwen. Antea is niet op bepaalde branches gericht, maar zoekt wel bedrijven die de potentie hebben uit te groeien tot de top drie of top vijf in hun sector. 'We willen niet de 55ste caravandealer in huis halen', verklaart De Boeck. Het streven is de belangen na gemiddeld vijf jaar weer te verkopen. Inclusief de beoogde verkoopwinst moet het jaarlijkse nettorendement op de portefeuille uitkomen op 15%. Dat is een conservatieve benadering. Het nettorendement op de vijf fondsen die Antea in 17 jaar heeft opgetuigd, bedraagt gemiddeld 19,2%.
Missers
Alleen het tweede fonds uit 1995 werd een fiasco: er waren missers en geen klappers. Met als uitkomst een negatief rendement van 3,6% per jaar. Ter vergelijking: het eerste fonds boekte een positief resultaat van 53% per jaar. Bedrijven worden doorgaans gekocht tegen vier- à zesmaal het bruto bedrijfsresultaat (ebitda). Nieuwe directies moeten in de regel enkele tonnen inbrengen om te kunnen participeren. Antea helpt hen zonodig aan een groter procentueel belang door het benodigde aandelenkapitaal deels te storten in de vorm van cumulatief preferente aandelen. Er hoeft dan minder gewoon aandelenkapitaal op tafel te komen en bestuurders kunnen met relatief weinig geld een groter aandeel krijgen. In de praktijk nemen directies deel voor ongeveer 20%, oplopend tot een belang van een derde bij handelsbedrijf Life Hammer. Reageren: maarsen@fd.nl
|
Click here for more news
|